vorige opera      volgende opera


Agrippina
(1710)

George Frideric Handel
libretto Vincenzo Grimani


Théâtre Municipal Tourcoing
2003

La Grande Ecurie et la Chambre du Roy o.l.v. Jean-Claude Malgoire
Regie Frédéric Fisbach



di 18 oktober 2016

19.00 uur


Bang & Olufsen
Nwe Ginnekenstraat 49
Breda











bestellen cd/dvd
     










Agrippina, vrouw van keizer Claudio

Nerone, zoon van Agrippina

Poppea, Romeinse vrouw van adel

Claudio, keizer van Rome

Ottone, veldheer van de keizer

Pallante, vrijgelaten slaaf in dienst van Agrippina
Narciso, vrijgelaten slaaf in dienst van Agrippina

Lesbo, dienaar van de keizer

 

Acteurs

Véronique Gens (sopraan)
Philippe Jaroussky (counteralt)
Ingrid Perruche (sopraan)
Nigel Smith (bariton)

Thierru Gregoire (counteralt)

Bernard Deletré (bas)

Fabrice di Falco (countersopraan)

Alain Buet (bas)

 

Marielle Coubaillon, Hiromi Asaï, Christian Montout, Pierre Carniaux, Xavier, Clion, Lionel Gossar, Guiseppe Molino 



















 
     
 

Achtergrond

Il caro Sassone

Als 21-jarige maakte Handel, net als veel andere kunstenaars een reis naar Italië. Hij bezocht daar Florence, Napels, Rome en Venetië. Overal werd hij verwelkomd en omarmd door de notabelen en geestelijken van het land. Zowel aan het wereldlijk als aan het kerkelijk hof was hij een graag geziene gast, maar ook in de theaters, zoals in het Teatro  San Giovanni Grisostomo (nu Teatro Malibran) waar het publiek hem bij de première van Agrippina na elke aria toejuichte met "Il caro Sassone!" (de lieve Saks). Het enthousiasme van het Venetiaanse publiek had wellicht ook te maken met de inhoud van de opera. In de concurrentie met Rome smulde het publiek van de intriges, de achterklap en de decadentie tijdens het Romeinse keizerrijk door figuren als Agrippina en Nero.  Handel had de opera tqwee jaar eerder geschreven op een libretto van kardinaal Vicenzo Grimani die de eigenaar van het theater was. Tijdens zijn verblijf In Rome had hij al opdrachten gekregen van o.a. kardinaal Ottoboni en de edelman Ruspoli die hem zelfs onderdak verschafte. Zowel Ottoboni als Ruspoli hadden in hun paleis een eigen theater waar elke week muziekuitvoeringen werden georganiseerd.

 

Italiaanse reis

Van 1706-1710 maakte Handel een reis door Italië om zich de nieuwe Italiaanse muziekstijlen en -technieken eigen te maken. Na een wedstrijd met Domenico Scarlatti, waarbij Scarlatti als beste op klavecimbel en Handel als beste op orgel werd bevonden, was zijn naam gevestigd. Hij kreeg opdrachten voor (wereldlijke) cantates, oratoria, kerkmuziek en opera's. Agrippina was zijn laatste werk in Italië. Handel vond dat hij genoeg had geleerd en had met deze opera laten zien dat hij een volwaardig operacomponist was geworden. Hij had talloze aanbiedingen kunnen krijgen, maar hij had geen zin in een functie naast de gevestigde namen aan de diverse hoven. Hij vertrok liever naar het hof van Hannover waar hij vrijheid van reizen bedong en het volgende jaar al succes had in Londen met zijn nieuwe opera Rinaldo.

 

Componist van de contrareformatie

Handel was als lutheraan geboren en wilde dat zijn hele leven blijven. Zijn muziekstijl heeft echter in Italië een katholieke inslag gekregen. Tegenover de eenvoud en de ingekeerdheid van het protestantisme stelde de katholieke kerk als tegenhanger uitbundigheid, vitaliteit en vooral zinnelijkheid in beelden, schilderijen, muziek en architectuur. Hiermee hoopte de kerk dat de gelovigen zich beter thuis zouden voelen en de grootsheid van het geloof ervaren. Zo ontstond een nieuwe stijlperiode: de barok, een scheldwoord afgeleid van het Portugese barocco dat ongepolijste parel  betekent. Hoewel Bach en Handel veel gemeen hebben, ook het geloof, is Bach een componist van de reformatie, terwijl je Handel een componist van de contrareformatie mag noemen.

 

Synopsis
 

Akte 1
Agrippina, vrouw van de Romeinse Keizer Claudius, laat haar zoon Nero (uit een eerder huwelijk) een brief zien, waarin staat dat de keizer tijdens een zeeslag tegen de Britten in een storm is gesneuveld. Eindelijk is voor haar zoon de tijd is aangebroken om de troon te bestijgen. Zij vraagt twee dienaars Pallas en Narcissus, die beide verliefd op haar zijn om hun invloed uit te oefenen ten gunste van Nero. Agrippina en Nero staan op het punt om de troon te bestijgen, als het bericht binnenkomt dat Claudius door zijn generaal Otto is gered die als dank de keizerskroon is beloofd. Agrippina, die weet dat zowel Otto als Claudius verliefd zijn op Poppea, bedenkt een plan. Zij vertelt Poppea dat Otto haar aan Claudius heeft beloofd in ruil voor de troon. Poppea moet wraak nemen door Claudius te vertellen dat Otto haar als vrouw wil.
 
Akte 2
Pallas en Narcissus hebben ontdekt dat ze door Agrippina zijn verraden. Otto ziet met angst zijn kroning tegemoet. Claudius verschijnt in een triomfwagen en wordt door de menigte toegejuicht. Otto herinnert hem aan zijn belofte, maar Claudius beschuldigt zijn redder van verraad. Otto zoekt steun bij Agrippina, Poppea en Nero, maar allen keren zich van hem af. Poppea twijfelt aan zijn schuld en bedenkt een list. Zij droomt zogenaamd hardop wat zij van Agrippina heeft gehoord. Otto is verbaasd over de leugens van Agrippina. Als hij zijn onschuld kan bewijzen, zweert Poppea wraak te nemen. Agrippina bedenkt een nieuwe list. Zij belooft Pallas haar liefde als hij Otto en Narcissus vermoordt. Narcissus belooft ze hetzelfde. Als de beide hovelingen hier niet op ingaan, zoekt ze haar geluk bij Claudius en vertelt hem dat Otto wraak wil nemen omdat hem de troon is ontnomen. Met de benoeming van Nero als zijn opvolger kan Claudius Otto buitenspel zetten. Dit laatste komt Claudius goed uit.
.
Akte 3
Poppea wil het onrecht dat Otto is aangedaan goedmaken. Ze zegt Otto zich te verstoppen en laat Nero binnen komen. Deze brandt van verlangen naar haar, maar zij laat hem zich ook verstoppen. Dan komt Claudius binnen. Poppea vertelt hem dat niet Otto maar Nero haar heeft lastiggevallen. Terwijl de keizer zich verbergt, roept. Poppea Nero die haar meteen het hof maakt. Claudius betrapt hem. Poppea stuurt Claudius en Nero weg en bevrijdt Otto uit zijn schuilplaats. Het complot wordt steeds ingewikkelder. Nero beklaagt zich bij zijn moeder, Pallas en Narcissus beklagen zich bij Claudius, Claudius beklaagt zich bij Agrippina. Dan verklaart de Keizer tot ieders verrassing dat Nero dan maar Poppea moet trouwen en dat hij troonsafstand zal doen ten gunste van Otto. Hiermee is geen van de partijen het eens, waarop Claudius die een oplossing wil voor dit conflict een nieuw besluit neemt. Nero zal de troon behouden en Otto mag met Poppea huwen. Tot slot vraagt hij Juno, de Godin van de aarde allen te zegenen en het Keizerrijk geluk te wensen.