vorige opera      volgende opera


Armide
(1686)

Jean-Baptiste Lully
libretto Philippe Quinault


Theatre des Champs-Elysées 2008

Les Arts Florissants o.l.v. William Christie

Regie Robert Carsen



di/wo 6/7 jan 2015

19.00 uur


Bang & Olufsen
Nwe Ginnekenstraat 49
Breda




     

 

  



bestellen cd/dvd
     

 

 

 

 

 

 

Olive Fremstad als Armide in 1910

Armide, Oosterse prinses/tovenares

Renaud, ridder/kruisvaarder

La Haine (de Haat)

La Gloire (de Roem)

Phénice (hofdame Armide)

Démon Lucinde

La Sagesse (de Wijsheid)

Sidonie (hofdame Armide)

Démon Mélisse

Hidraot, oom van Armide

Ubalde (ridder)

Aronte (bewaker Armide)

Artémidor (ridder)

Le Chevalier Danois (de Deense Ridder)

 Un amant fortuné (een fortuinlijke geliefde)

 La bergère (de herderin)

La bergère héroique (de dappere herderin)

Demon Nymphe

Stéphanie d'Oustrac

Paul Agnew

Laurent Naouri

Claire Debono

 

 

Isabelle Druet

 

 

Nathan Berg

Marc Mauillon

 

Marc Callahan

Andrew Tortise

Anders J. Dahlin

Francesca Boncompagni

Violaine Lucas

Virginie Thomas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

 

Achtergrond

 

Het ontstaan van de Franse opera

Via de van oorsprong Italiaanse kardinaal Mazarin deed de opera zijn intrede aan het Franse hof. Italiaanse componisten werden uitgenodigd om opera's te schrijven. Voor het huwelijk van Lodewijk XIV met de Spaanse Maria Theresia componeerde Francesco Cavalli de opera Ercole Amante. Omdat de koning een groot dansliefhebber was, werden er verschillende balletten tussen geschoven, gecomponeerd door een andere Italiaan: Jean-Baptiste Lully, zelf ook een danser en (daardoor?) vriend van de koning. De oorspronkelijke lengte van vier uur werd daardoor verlengd tot zes uur! De balletten verdrongen de opera, tot grote woede van Cavalli die daarna weigerde naar Frankrijk terug te keren. De naam van Lully was echter gevestigd, hij werd de hofcomponist en zou net als zijn broodheer regeren als een absolute vorst die de kwaliteit van 's lands muziek bepaalde. De Franse opera was geboren: een zangspel met veel balletten, een hoge tenor (haut-contre) in plaats van een castraat, verschillende koren, duetten en trio's, en een libretto dat kon wedijveren met de grote toneelschrijvers Molière, Racine en Corneille die als voorbeeld golden.

 

De bron van het verhaal

Philippe Quinault, met wie Lully vaak samenwerkte, ontleende zijn verhaal aan het in die tijd alom bekende boek La Gerusalemme liberata (Jerusalem bevrijd, 1581) van de schrijver Torquato Tasso.

 

 

In dit boek beschrijft Torquato Tasso uitgebreid de verovering van Jerusalem en de strijd tegen de moslims tijdens de eerste kruistocht van 1096-1099 onder leiding van Godfried van Bouillon. Dit epos, bestaande uit 20 zangen van acht stanzes (acht regels met het consequente rijmschema abababcc) bestaat voornamelijk uit fictie. Personages als Rinaldo (Renaud) en Armide moeten het verhaal kleur geven. Tasso gebruikte personages uit het in die tijd eveneens bekende boek Orlando furioso (De razende Roeland, 1516) van Ludovico Ariosto zoals Rinaldo, maar ook personages uit de Griekse en Romeinse literatuur van Homerus en Vergilius. Bekend is het verhaal van de christelijke ridder Tancredi en de islamitische strijdster Clorinda die verliefd op elkaar worden maar in een onderlinge strijd, waarin ze elkaar niet herkennen, elkaar verwonden met voor een van hen de dood als gevolg. Monteverdi heeft er een prachtig madrigaal aan gewijd, het vormt een mini-opera op zich.

Een ander verhaal gaat over de tovenares Armide die de christelijke ridders verleidt om hen letterlijk uit het veld te doen slaan. Ze heeft haar zinnen gezet op Rinaldo (Renaud), de dapperste van hen. Daarover gaat de opera Armide van Lully.

 

Synopsis

 

Proloog

La Gloire (de Roem), La Sagesse (de Wijsheid) en het koor bezingen de roem en de wijsheid van de Franse koning.

 

Akte 1
Phénice en Sidonie, hofdames van Armide
, bezingen haar overwinning op de christelijke troepen die voor de poorten van Jerusalem staan. Via haar magie heeft ze de vijandelijke ridders verleid en gevangen genomen Maar Armide is minder blij: haar grootste vijand, ridder Renaud (Rinaldo) heeft haar weerstaan. Hem wil ze hebben!

Hidraot, de oom van Armide, spoort haar aan om te trouwen en kinderen te krijgen om de familieopvolging veilig te stellen. Armide wil echter onafhankelijk blijven.

Terwijl het volk de overwinning van Armide viert, komt het bericht dat Renaud alle gevangen heeft bevrijd.

 

Akte 2
Renaud
is moe van de strijd en het moorden. Hij wil niet terug naar het leger (ook niet vanwege onenigheid met de leiding). Zijn vriend Artémidore waarschuwt hem voor de listen van Armide. Deze beraamt een moordaanslag op Renaud. Via een magische liefdesdroom valt hij in slaap en wordt overmeesterd door. Op het moment dat Armide hem wil doden wordt ze verliefd. Er volgt een innerlijke strijd. Uit schaamte hierover trekt Armide zich terug in haar paleis met meeneming van de gevangen Renaud.

Akte 3
Phénice en Sidonie bezingen wederom de overwinning van Armide, nu op haar rivaal Renaud. Armide echter voert nog steeds een innerlijke strijd tussen haat en liefde, tussen verstand en gevoel. Via haar magie heeft ze Renaud betoverd: hij is ook verliefd op haar. Dat is wat Armide tegenstaat, ze wil dat hij ook zonder betovering van haar houdt. Daarom roept ze de Haat te hulp, hij moet de liefde uit haar hart verdrijven. Op het laatste moment echter verzet Armide zich hiertegen. Ondanks voorspellingen van de haat dat Renaud haar dood wordt, wil ze zich verliezen in de liefde voor deze ridder.

Akte 4
De kruisvaarders Ubalde en de Deense Ridder zijn op weg om hun metgezel Renaud te bevrijden. Onderweg worden ze betoverd door demonen die hen verleiden in de gedaante van hun beider geliefden Lucinde en Mélisse. Ze weerstaan deze verleiding door een magische lamp die ze bij zich hebben. Ze komen tot de conclusie dat de liefde een illusie is.

Akte 5
Armide verklaart nogmaals haar liefde voor Renaud die haar hartstocht deelt. Als Ubalde en de Deense Ridder binnendringen, wijzen ze Renaud op zijn plicht als ridder en weten ze hem te overtuigen om weer terug naar het leger te gaan. Renaud neemt afscheid van Armide, die dit verlies niet kan verdragen. Ze blijft alleen achter en verlaat teleurgesteld haar paleis.