vorige opera      volgende opera


Castor et Pollux (1737)
J
ean-Philippe Rameau
libretto Pierre-Joseph Bernard


Het Muziektheater Amsterdam 2008


Chorus of De Nederlandse Opera

Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset
Regie Pierre Audi



di 14 mrt 2017

19.00 uur


Bang & Olufsen
Nwe Ginnekenstraat 49
Breda




     




bestellen cd/dvd
     













Telaïre, dochter van de Zon
Phébé, prinses van Sparta

Cléone, vertrouwelinge van Phébé

Castor, zoon van Tindare en Leda

Pollux, zoon van Jupiter en Leda

Jupiter, hoofd van de goden

Hogepriester

Mercurius

Anna Maria Panzarella

Véronique Gens

Judith van Wanroij

Finnur Bjarnason

Henk Neven

Nicolas Testé

Thomas Oliemans

Anders J. Dahlin















 

Achtergrond

De versie van 1737
Rameau schreef zijn eerste opera pas toen hij 50 was. Daarvoor had hij zich vooral bezig gehouden met instrumentale muziek en met muziektheorie. Als kind al wilde hij het liefst voor het theater werken, maar in die tijd hadden Lully-aanhangers
nog steeds alle touwtjes in handen. Castor et Pollux is zijn derde en misschien wel beste opera qua muziek en libretto. De proloog, waarin de godin Minerva (Athene) Venus en Cupido oproept om de oorlogsgod Mars te bedwingen met de kracht van de liefde, verwijst direct naar de Vrede van Wenen die een einde maakte aan de Poolse Successieoorlog. (Een proloog diende altijd om de vorst te eren.)

De versie van 1754
In 1754 herschreef Rameau de eerste versie. Hij schrapte de proloog, die niet meer actueel was en sinds 1749 niet meer in gebruik was, schreef een volledig nieuwe eerste akte en verkortte de recitatieven. De tweede versie werd een ware triomf, niet in de laatste plaats vanwege de Buffonistenstrijd waarin voor- en tegenstanders van de Franse opera het tegen elkaar opnamen. Rameau, die tot de oude garde werd gerekend, won glansrijk op karakter en genialiteit. Castor et Pollux zou meer dan 250 maal worden opgevoerd, misschien ook wel omdat het thema van de broerderschap aansloot bij de ideeën van de Verlichting.

Modern voor zijn tijd
De muziek van Rameau was erg modern voor zijn tijd. Aanvankelijk ondervond hij veel tegenwerking van de Lully-aanhangers vanwege zijn muzikaal gedurfde aanpak, maar later werd hij Le Grand Rameau genoemd als  een soort componist des vaderlands. Bij Rameau kun je niet wegzwijmelen zoals bij de koninklijke muziek van Lully. Rameau houdt je wakker met zijn rijke en gevarieerde harmonieën. Met zijn rijk geschakeerde (maar ook vaak onvoorbereide) afwisseling tussen hard en zacht, mineur en majeur, zachte violen en trompetten, ondersteunt hij de tekst tot in de finesses. Telemann, een groot kenner en navolger van de Franse muziek, was een groot bewonderaar van Rameau en verdedigde hem tegen de aanval van collega Graun die Rameaus muziek vergeleek met het geblaf van honden.  Tot slot mag het beroemde lamento Tristes apprêts niet onvermeld blijven, dat Belioz betitelde als "une des plus sublimes conceptions de la musique". Door het ontbreken van chromatiek, dissonanten en dalende lijnen en met een fagotpartij als begeleiding weet Rameau dit lamento grote pathos en waardigheid mee te geven.


 

Synopsis


Akte 1
Castor en Pollux, twee Spartaanse helden, zijn allebei verliefd op Telaïre, die is uitgehuwelijkt aan Pollux. Zij zelf is niet verliefd op Pollux, maar op Castor. Pollux wil uit respect voor zijn broer het huwelijk opgeven. Prinses Phébé wil dat niet, zij is ook verliefd op Castor, die haar echter heeft afgewezen.
Sparta wordt aangevallen door Lyncée, de oom van Castor en Pollux die beide de stad verdedigen. Pollux overwint de strijd, maar moet zijn broer Castor dood achterlaten.


Akte 2
De
Spartanen rouwen samen met Telaïre om de dood van Castor. Pollux stelt voor om zijn broer met hulp van zijn vader Jupiter uit de onderwereld te halen. Phébé wil dat op eigen houtje doen met hulp van de geesten van de onderwereld.


Akte 3
Pollux brengt een offer aan Jupiter en krijgt toestemming om de onderwereld te bezoeken. Castor mag alleen terug naar de levende wereld als Pollux zijn plaats in de onderwereld inneemt. .

Akte 4
Mercurius, de bode van de goden, houdt Phébé tegen bij de ingang van de onderwereld. Als Pollux weigert haar mee te nemen, zoekt ze samenwerking met de geesten van de onderwereld. Castor vermaakt zich op de Elysische velden maar mist Telaïre. Als Pollux hem wil bevrijden, weigert Castor. Hij wil zijn niet dat zijn broer zijn plaats inneemt. Jupiter bepaalt dat Castor één dag terug mag gaan om Telaïre te zien.

Akte 5
Telaïre is blij Castor weer te zien maar treurt als ze hoort dat hij na een dag terug moet. Ook zij wil sterven om altijd bij Castor te zijn. Daarop besluit Jupiter om Castor net als Pollux onsterfelijk te maken. Om te zorgen dat ze altijd bij elkaar blijven zet hij ze samen in een sterrenbeeld aan de hemel. Phébé wordt voor straf naar de onderwereld gezonden.